Over mij

Mijn naam is Tigo Renes, geboren en getogen in Nijkerk. Op zesjarige leeftijd begon ik met judo bij Joey’s Judoschool. Van nature was ik een druk en beweeglijk kind. Op donderdagen ging ik mee naar de judoles van mijn broer, tot ik op een dag de zaal in rende en vroeg of ik mee mocht doen. Na een paar keer meedoen mocht ik dan eindelijk op judo.

In eerste instantie deed ik judo op recreatief niveau. Ik genoot van stoeispelletjes en was nieuwsgierig naar nieuwe technieken. Dat veranderde toen ik meedeed aan een instaptoernooi, een kleine wedstrijd op de club om kennis te maken met het wedstrijdjudo. Al snel won ik daar alles en begon ik deel te nemen aan grotere wedstrijden. Heeft dit je nieuwsgierig gemaakt, lees dan hier onder mijn levensloop.

Levensloop

-15 jaar

In deze periode begon het wedstrijdjudo voor mij. Ik herinner het me nog als de dag van gisteren. Als laatstejaars -15 deed ik mee aan mijn eerste internationale toernooi in Eindhoven, het Espoir. Samen met mijn coach, Joey van Rootselaar, reisde ik daarheen. Ik judoode in de -50 kg en wist vijf partijen te winnen en twee te verliezen. Uiteindelijk werd ik vijfde, wat ver boven mijn verwachtingen lag. Het gevoel dat ik toen kreeg, was onbeschrijfelijk. De trots en blijdschap van het winnen tegen buitenlandse tegenstanders maakten de sport nóg leuker.

Tijdens de regionale trainingen op Papendal kreeg ik les van Tom Willemsen. Vanaf het begin had hij vertrouwen in mij en nodigde mij uit voor een wedstrijdtraining bij Judoclub Bijsterbosch in Heerde. Die training vergeet ik nooit meer: het was loodzwaar en ik stond hijgend op de mat. Maar ik hield vol en mocht vaker terugkomen.

-18 jaar

Via deze trainingen kwam ik in aanraking met Bushi Arnhem, de beste judoclub van Gelderland. Trainster Joyce Ott-Jansen nodigde mij uit, en ik moest een keuze maken tussen deze twee clubs. Ik koos voor Bushi Arnhem, omdat daar de trainingsmaatjes beter waren. Toch bleef ik goed contact houden met Bijsterbosch en ging ik meerdere keren met hen op trainingskamp in het buitenland.

Toen ik overstapte naar de leeftijdsklasse onder 18 jaar, wist ik op kleine toernooien prijzen te pakken. Maar tijdens de meetmomenten voor Europese toernooien miste ik steeds nét het podium, terwijl mijn clubgenoten wel successen behaalden. Dit bleef ook zo in mijn tweede jaar en ik begon mijn motivatie te verliezen. Ik voelde me soms schuldig tegenover mijn ouders die mij altijd brachten naar de training en vroeg me af: ‘Waar doe ik het eigenlijk voor?’ Toch bleef ik doorgaan, mede dankzij de sterke betrokkenheid bij mijn team.

Mijn laatste jaar in de -18 begon met een meetmoment in Den Haag. Ik kwam uit in de -81 kg en werd als underdog gezien. De loting leek zwaar: ik moest het opnemen tegen alle judoka’s die het voorgaande seizoen Europese toernooien hadden gedraaid. Toch zette ik alles op alles en werd ik eerste. Ik was zó blij dat ik zelfs met mijn medaille om mijn nek heb geslapen. Vanaf dat moment begon het balletje te rollen: dat jaar werd ik Nederlands kampioen, kwalificeerde ik mij voor Europese toernooien en zelfs voor het EK in Sarajevo.

-21 jaar

Aan het einde van mijn laatste jaar in de -18 moest ik beslissen: fulltime judoën of bij mijn club blijven. Om deel te nemen aan Europese toernooien moest ik fulltime trainen, en gezien mijn goede resultaten koos ik daarvoor. Samen met twee clubgenoten bezocht ik verschillende Regionale Trainingscentra (RTC’s) in Nederland. Uiteindelijk kozen we voor Heerenveen, omdat de faciliteiten daar optimaal waren.

Op 17-jarige leeftijd ging ik op mezelf wonen in Heerenveen om het fulltime programma te volgen. Ik kreeg een appartement in een flatgebouw vol topsporters uit verschillende disciplines, zoals schaatsen, turnen en zwemmen. Vanuit Heerenveen draaide ik mijn eerste Europese toernooien bij de junioren. Bij de Junior European Cup in Málaga werd ik direct vijfde. Deze prestatie leverde mij een uitnodiging op voor een instroomweek op Papendal.

Na die instroomweek kreeg ik te horen dat ik officieel intern mocht trainen op Papendal. Dit betekende opnieuw verhuizen, midden in de coronapandemie. Hoewel judo een contactsport is, mochten wij van de overheid door blijven trainen. De eerste periode op Papendal viel mij zwaar; de trainingsbelasting was veel hoger dan in Heerenveen. Omdat er geen wedstrijden waren, voelde het alsof ik zonder doel trainde.

In de -90 kg moest ik nauwlettend mijn gewicht in de gaten houden. Op maandag woog ik rond de 91 kg, maar na een zware trainingsweek zakte mijn gewicht vaak naar 86 kg. Hierdoor had ik weinig energie over en liepen mijn trainingen stroef. Dit werd ook opgemerkt door de trainers. Binnie Willemsen de vrouw van mijn oude trainer Tom, hielp mij met mijn voeding. Na het analyseren van mijn eetpatroon kwamen we tot de conclusie dat ik dagelijks 5000 tot 6000 calorieën nodig had om op gewicht te blijven. Dit had een enorme positieve invloed op mijn trainingen.

Elke zes maanden had je een evaluatiegesprek op Papendal. Bij een ‘groene’ beoordeling was je veilig op Papendal, bij ‘oranje’ moest je presteren en bij ‘rood’ stond je plek op het spel. In mijn gesprek kreeg ik een oranje beoordeling met een rood randje, wat betekende dat mijn toekomst op Papendal onzeker werd. In 2020 werd ik zevende in Visé, wat net niet voldoende was om mij te kwalificeren voor het EK junioren, terwijl de rest van de juniorenselectie wél mocht gaan.

In 2021 waren er door corona weinig toernooien, wat betekende dat ik minder kansen had om me te bewijzen. Mijn eerste European Open in Praag verliep teleurstellend: ik verloor in de eerste ronde. Dit besef dwong me om iets te veranderen. In mei nam ik deel aan de European Open in Zagreb met een andere mindset: minder druk, meer plezier. Ik won mijn eerste wedstrijd en voelde mij direct goed. Uiteindelijk won ik de bronzen medaille na een partij tegen een Italiaan die derde van de wereld was geworden dat jaar.

Later dat seizoen werd ik derde op de Junioren Cup in Coimbra. Door deze prestaties werd ik geselecteerd voor het EK en WK junioren. Op het EK stond ik onverwachts in de finale en verloor ik van een Georgiër. De dag erna won ik echter in de teamcompetitie tegen diezelfde Georgiër en hielp ik Nederland aan een bronzen medaille. Op het WK haalde ik opnieuw de finale, maar verloor ik deze en werd tweede. Door mijn sterke prestaties werd ik geselecteerd voor het EK Mixteams in Rusland, waar we als team tweede werden. Dit betekende dat ik zonder zorgen kon doorstromen naar het seniorenprogramma.

Senioren

In 2022 kreeg ik een nieuwe coach, Matthew Purssey. Dit was even wennen, want hij is Engels en mijn Engels was niet geweldig. Begin 2022 kampte ik met een blessure en kon ik weinig wedstrijden doen. Aan het einde van het jaar mocht ik op trainingsstage naar Azerbeidzjan en maakte ik mijn debuut op mijn eerste Grand Slam.

In 2023 mocht ik deelnemen aan de Grand Slam van Parijs, het mooiste toernooi ter wereld. Voor 15.000 toeschouwers in een uitverkocht stadion draaide ik mijn wedstrijden. Dit resulteerde in een zevende plaats. Dat jaar kende ups en downs, waarin ik mentaal grote stappen heb moeten zetten. Samen met behulp van professionals en goede gesprekken met mijn beste vriend Sam ben ik nu, na vier European Opens en drie medailles weer op de goede weg!

Het lijkt een lange reis, maar voor mij is dit pas het begin van mijn judocarrière. Ik ben nog lang niet klaar!